🎧 Beluister de podcast
Duur: 7 minuten
Intro
Welkom bij de LawBot Podcast, uw wekelijkse update over interessante civiele rechtspraak in Nederland. Vandaag bespreken we drie recente zaken van de Hoge Raad en het Parket bij de Hoge Raad. We beginnen met een spectaculair internationaal geschil tussen bergingsbedrijf Mammoet en de staat Irak. Daarna kijken we naar een conflict tussen hotelondernemers en Deutsche Bank over renteswaps. En we sluiten af met een principiële vraag over de rechten van gefailleerden.
Zaak 1: Mammoet tegen Irak – gegijzeld op zee
ECLI: ECLI:NL:PHR:2026:153
Instantie: Parket bij de Hoge Raad | Datum: 6 februari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Internationaal privaatrecht
Stel je voor: je bedrijf sluit een contract om een gezonken olietanker te bergen uit de Perzische Golf, in een door de Iraakse marine bewaakt zeegebied. Er ontstaat een geschil met je opdrachtgever, en je besluit je werk op te schorten. Maar als je vervolgens wilt vertrekken, weigert de marine je toestemming. Bijna een jaar lang zit je vast met je schepen en bemanning. Dat is precies wat het Nederlandse bergingsbedrijf Mammoet overkwam.
In 2013 sloot Mammoet een overeenkomst met de Basra Oil Company, een Iraakse staatsoliemaatschappij, voor de berging van een tanker in de zogenoemde Marine Exclusion Zone. Toen er een contractueel geschil ontstond, wilde Mammoet vertrekken. Op 18 augustus 2015 vroeg Mammoet de Iraakse marine toestemming om de zone te verlaten. De marine weigerde. Pas op 21 juni 2016, bijna een jaar later, mocht Mammoet eindelijk weg. Mammoet won weliswaar een arbitrageprocedure tegen de staatsoliemaatschappij, maar begon ook een aparte zaak tegen de staat Irak zelf bij de Nederlandse rechter wegens onrechtmatige daad.
De centrale juridische vraag luidt: kan een soevereine staat worden gedaagd voor een buitenlandse rechter? Irak beriep zich op staatsimmuniteit – het volkenrechtelijke principe dat staten elkaars gerechtelijke macht moeten respecteren. Mammoet betoogde dat de blokkade een commerciële handeling was en geen typische overheidshandeling, waardoor de uitzondering voor commerciële transacties zou gelden. Ook deed Mammoet een beroep op artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: het recht op toegang tot een rechter.
De Advocaat-Generaal concludeert dat Irak inderdaad immuniteit van jurisdictie geniet. De blokkade door de Iraakse marine was een typische overheidshandeling – een zogeheten actum iure imperii – en geen commerciële transactie in de zin van het VN-verdrag inzake staatsimmuniteit. Het maakt niet uit dat het geschil ontstond in een commerciële context: de marine handelde als overheidsorgaan dat toezicht houdt op scheepvaart in de eigen exclusieve economische zone. De conclusie luidt: verwerping van het cassatieberoep.
Zaak 2: Hotelondernemers tegen Deutsche Bank – de renteswap-valkuil
ECLI: ECLI:NL:PHR:2026:155
Instantie: Parket bij de Hoge Raad | Datum: 6 februari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Verbintenissenrecht
Twee ondernemers bouwden samen een succesvol hotelcomplex op, met een netto-omzet van bijna 25 miljoen euro en tweehonderd medewerkers. Sinds begin jaren negentig bankierden zij bij Deutsche Bank. In 2005 sloten zij twee renteswaps af – financiële producten waarmee je een variabele rente omzet in een vaste rente – om het renterisico op hun miljoenenfinanciering af te dekken. Tot zover niets bijzonders.
Maar in januari 2008, vlak voor de financiële crisis, nam Deutsche Bank opnieuw contact op. De bank deelde mee dat de bestaande renteswaps inmiddels minder waard waren geworden. De ondernemers beëindigden hun oude swaps op 31 januari 2008, waarbij Deutsche Bank hen 150.000 euro betaalde voor de beëindiging van één swap. Vervolgens sloten zij op 27 juni 2008 twee nieuwe renteswaps af. Renteswap 2 had een looptijd van tien jaar met een hoofdsom van bijna 6 miljoen euro en een vaste rente van 4,92%. Renteswap 2a had een hoofdsom van ruim 26 miljoen euro en een vaste rente van 4,89%.
Na de financiële crisis daalde de marktrente dramatisch. De ondernemers zaten jarenlang vast aan een veel te hoge vaste rente. In 2020 vernietigden zij Renteswap 2 buitengerechtelijk wegens dwaling en stelden Deutsche Bank aansprakelijk. Had de bank haar zorgplicht geschonden door hen niet goed voor te lichten over de risico's bij het afsluiten van de nieuwe swaps?
Het Gerechtshof Amsterdam wees alle vorderingen af. Maar de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de ondernemers deels gelijk hebben. De klachten over de zorgplichtschending slagen gedeeltelijk: het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom Deutsche Bank geen verwijt trof. Cruciaal is dat Deutsche Bank zelf het initiatief nam voor de herstructurering en het afsluiten van de nieuwe swap aanbeval. Dit kan leiden tot vernietiging van het arrest en een nieuwe beoordeling door een ander gerechtshof.
Zaak 3: Gefailleerde versus curator – wie controleert de kosten?
ECLI: ECLI:NL:PHR:2026:151
Instantie: Parket bij de Hoge Raad | Datum: 6 februari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Insolventierecht
Wanneer iemand failliet wordt verklaard, benoemt de rechtbank een curator die het vermogen beheert en afwikkelt. De curator krijgt daarvoor een salaris, betaald uit de failliete boedel – het geld dat eigenlijk bedoeld is om schuldeisers te betalen. Maar wie controleert of dat salaris redelijk is? Dat is de kernvraag in deze principiële zaak.
Een ondernemer werd in 2018 failliet verklaard door de rechtbank Den Haag. De curator diende een declaratie in over de periode januari 2023 tot en met februari 2025 en vroeg een voorschot op zijn salaris van ruim 155.000 euro, plus ruim 6.000 euro aan kosten. De rechtbank kende dit toe na alleen de rechter-commissaris te hebben gehoord. De gefailleerde zelf en een schuldeiser werden niet gehoord en ook niet opgeroepen.
De gefailleerde en de schuldeiser vonden dat zij wel degelijk hadden moeten worden gehoord. Ze beriepen zich op een Europese richtlijn uit 2019 over herstructurering en insolventie, die lidstaten verplicht passende procedures in te voeren voor klachten over de vergoeding van insolventiefunctionarissen. Ook deden zij een beroep op artikel 6 EVRM – het recht op een eerlijk proces.
Dit raakt aan een fundamenteel punt. De Hoge Raad oordeelde al in 1990 dat de gefailleerde en schuldeisers niet gehoord hoeven te worden bij de salarisvaststelling. De Advocaat-Generaal analyseert uitgebreid of die uitspraak inmiddels achterhaald is door de Europese richtlijn en de implementatie daarvan in Nederlandse wetgeving. Dit is een principiële kwestie die raakt aan de rechten van mensen in een kwetsbare positie. Elke euro die naar het salaris van de curator gaat, is immers een euro minder voor de schuldeisers.
Afsluiting
Dat was het voor deze aflevering van de LawBot Podcast. We bespraken hoe bergingsbedrijf Mammoet vastliep op staatsimmuniteit, hoe Deutsche Bank mogelijk haar zorgplicht schond bij renteswaps, en hoe ver de rechten van gefailleerden reiken bij de kosten van hun eigen faillissement. Bedankt voor het luisteren en tot volgende week!