🎧 Beluister de podcast
Duur: 8 minuten
Intro
Welkom bij de LawBot Podcast, uw wekelijkse update over interessante rechtszaken van de Nederlandse gerechtshoven. Ik ben uw AI-presentator en vandaag neem ik u mee door drie bijzondere civiele zaken. We beginnen met een moderne zaak over cryptocurrency-fraude en het bevriezen van digitale portemonnees. Daarna bespreken we een geschil tussen een apotheek en ziektekostenverzekeraars over de vergoeding van ADHD-medicatie. En we sluiten af met een emotionele zaak over internationale kinderontvoering. Laten we beginnen.
Zaak 1: Wanneer mag je crypto bevriezen na fraude?
ECLI: ECLI:NL:GHSHE:2025:2008
Instantie: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | Datum: 15 juli 2025
Rechtsgebied: Civiel recht – Onrechtmatige daad / Kort geding
Stel je voor: je bent slachtoffer geworden van online oplichting. Criminelen hebben je overgehaald om bijna tweehonderdduizend euro te investeren in wat een legitieme cryptocurrency-belegging leek te zijn. Het geld is weg, gestort op een zogenaamde Bitcoin-broker genaamd IB 24. Maar dan ontdek je via blockchain-analyse dat een deel van je geld nog ergens staat, op een crypto-wallet bij het platform Kraken. Kun je dan de rechter vragen om dat geld te bevriezen voordat de oplichters het verder wegsluizen?
Dit was precies de situatie waarin een Nederlandse man zich bevond. Hij was tussen september 2024 en februari 2025 voor een bedrag van ruim honderddrieënnegentigduizend euro opgelicht via een zogeheten boilerroom scam. Bij deze vorm van fraude wordt het slachtoffer stap voor stap verleid om steeds meer geld in te leggen, terwijl de zogenaamde winsten slechts cijfers op een nepwebsite zijn.
Met behulp van het onderzoeksbureau BlockFo liet het slachtoffer een blockchain-analyse uitvoeren. Die analyse traceerde een deel van zijn geld naar twee crypto-wallets die worden beheerd door Kraken, de handelsnaam van het Amerikaanse bedrijf Payward. Het slachtoffer vroeg de voorzieningenrechter om een zogeheten freezingorder: een bevel aan Kraken om alle transacties op die wallets te bevriezen.
De voorzieningenrechter gaf dit bevel, zonder Kraken eerst te horen. Kraken ging in hoger beroep bij het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. De centrale vraag was: mag een Nederlandse rechter een Amerikaans cryptoplatform bevelen om wallets te bevriezen van mogelijk onbekende derden?
Het hof moest beoordelen of het slachtoffer ontvankelijk was in zijn vordering en of er voldoende spoedeisend belang bestond. Kraken betoogde dat zij slechts een platform is en niet de houder van de crypto-assets. Bovendien wisten zij niet of de wallets daadwerkelijk aan de fraudeurs toebehoorden.
Het hof oordeelde dat de vordering in kort geding in principe ontvankelijk was. Er was sprake van een dreigende onrechtmatige daad, namelijk het risico dat de gestolen crypto verder zou worden verplaatst. De freezingorder was een passende ordemaatregel om de status quo te handhaven totdat meer duidelijkheid zou ontstaan over de vraag of het geld daadwerkelijk van de fraudeurs was. Deze zaak illustreert hoe de rechtspraak worstelt met de nieuwe uitdagingen van cryptocurrency-fraude en de internationale dimensie daarvan.
Zaak 2: ADHD-medicijn niet vergoed: apotheek vangt bot
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2025:3724
Instantie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | Datum: 17 juni 2025
Rechtsgebied: Civiel recht – Verzekeringsrecht / Gezondheidsrecht
Wat doe je als je een medicijn bereidt dat veel patiënten helpt, maar de ziektekostenverzekeraar weigert het te vergoeden? Dit dilemma stond centraal in een rechtszaak tussen de Regenboog Apotheek uit Alkmaar en een groep ziektekostenverzekeraars, waaronder Zilveren Kruis, FBTO, Interpolis en De Friesland.
De Regenboog Apotheek heeft zich gespecialiseerd in de behandeling van patiënten met ADHD. Zij bereiden zelf een medicijn genaamd dexamfetamine retard, een zogeheten magistrale bereiding. Dit is een geneesmiddel dat de apotheek zelf op kleine schaal produceert, specifiek afgestemd op individuele patiënten. Dexamfetamine is een werkzame stof die wordt gebruikt bij de behandeling van ADHD bij volwassenen.
Het probleem: de verzekeraars weigerden dit zelf bereide medicijn te vergoeden. Volgens de polisvoorwaarden moet een medicijn voldoen aan het criterium van rationele farmacotherapie. Dat betekent dat de werkzaamheid en effectiviteit door wetenschappelijk onderzoek moet zijn vastgesteld. De verzekeraars stelden dat er voor dexamfetamine retard als magistrale bereiding onvoldoende wetenschappelijk bewijs was.
De apotheek voerde aan dat dexamfetamine al sinds de jaren dertig bekend is als effectief ADHD-medicijn. Bovendien was er volgens de apotheek voor veel patiënten geen goed alternatief beschikbaar. De reguliere ADHD-medicijnen werkten bij deze groep niet of gaven te veel bijwerkingen.
De voorzieningenrechter wees de vordering van de apotheek af, en de apotheek ging in hoger beroep. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moest beoordelen of de verzekeraars verplicht waren om dit medicijn te vergoeden. Het hof bevestigde de afwijzing.
De kern van het oordeel was dat de apotheek onvoldoende had aangetoond dat haar specifieke bereiding van dexamfetamine retard voldeed aan de eis van rationele farmacotherapie. Het hof erkende dat dexamfetamine als werkzame stof wetenschappelijk onderbouwd is, maar dat gold niet automatisch voor de specifieke magistrale bereiding van deze apotheek. Daarvoor was meer wetenschappelijk bewijs nodig.
Deze uitspraak is relevant voor alle apotheken die magistrale bereidingen maken. Het maakt duidelijk dat ook zelf bereide medicijnen aan strenge wetenschappelijke eisen moeten voldoen voordat verzekeraars verplicht zijn om deze te vergoeden. Voor patiënten die baat hebben bij dergelijke medicijnen kan dit een teleurstellende uitkomst zijn.
Zaak 3: Kind blijft in Nederland: risico bij terugkeer naar Israël
ECLI: ECLI:NL:GHDHA:2025:2410
Instantie: Gerechtshof Den Haag | Datum: 13 november 2025
Rechtsgebied: Civiel recht – Familierecht / Internationale kinderontvoering
Een van de meest emotionele zaken in het familierecht is internationale kinderontvoering. Wanneer een ouder met een kind naar een ander land vertrekt zonder toestemming van de andere ouder, kan dat leiden tot een verzoek om teruggeleiding op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Maar soms zijn er redenen om een kind niet terug te sturen. Deze zaak laat zien wanneer dat het geval kan zijn.
Het gaat om een jong meisje, geboren in 2023 in Israël. Haar ouders, een Jordaanse vader en een Nederlandse moeder, waren in 2022 een Islamitisch huwelijk aangegaan. Op eerste kerstdag 2024 verliet de moeder met het meisje de gezamenlijke woning in Israël en vertrok naar Nederland. De vader zag dit als kinderontvoering en vroeg de Nederlandse rechter om het kind terug te laten keren naar Israël.
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag bepaalt als hoofdregel dat een ontvoerd kind moet worden teruggeleid naar het land waar het zijn gewone verblijfplaats had. Maar er zijn uitzonderingen. Eén daarvan staat in artikel 13 lid 1 sub b: teruggeleiding kan worden geweigerd als er een ernstig risico bestaat dat het kind daardoor in een ondragelijke toestand wordt gebracht.
De moeder beriep zich op deze weigeringsgrond. Zij voerde aan dat als het meisje zou worden teruggestuurd naar Israël, zij zou worden gescheiden van haar moeder. De moeder kon namelijk zelf niet naar Israël terugkeren vanwege problemen met haar verblijfsrecht daar. Zij had weliswaar een tijdelijke verblijfsvergunning gehad, maar deze was verlopen en de vader had nagelaten om de verlenging te ondersteunen.
De rechtbank Den Haag wees het verzoek tot teruggeleiding af, en de vader ging in hoger beroep. Het Gerechtshof Den Haag moest beoordelen of er inderdaad een risico bestond dat het meisje van haar moeder zou worden gescheiden.
Het hof bekrachtigde de afwijzing. Het oordeelde dat er een reëel risico bestond dat de moeder bij terugkeer naar Israël zou worden gearresteerd of uitgezet, omdat zij geen geldig verblijfsrecht had. Het meisje, nog geen twee jaar oud en volledig afhankelijk van haar moeder, zou daardoor in een ondragelijke situatie komen. Het hof benadrukte dat dit niet de schuld van de moeder was, maar het gevolg van omstandigheden waar zij weinig invloed op had.
Deze uitspraak toont aan dat het belang van het kind uiteindelijk doorslaggevend is, zelfs als dat betekent dat een ouder die formeel gezien een kind heeft ontvoerd, toch in het gelijk wordt gesteld.
Afsluiting
Dat was het voor deze aflevering van de LawBot Podcast. We bespraken drie heel verschillende zaken: van moderne cryptocurrency-fraude tot de vergoeding van ADHD-medicijnen en een emotionele internationale kinderontvoeringszaak. Wilt u de volledige uitspraken nalezen? Klik dan op de links hierboven. Bedankt voor het luisteren en tot volgende week.