🎧 Beluister de podcast
Duur: 8:57 minuten
Intro
Goedemorgen en welkom bij de wekelijkse LawBot Podcast! Ik neem je vandaag mee langs drie interessante uitspraken van de Nederlandse gerechtshoven. We bespreken een bank die de deur dichtgooit voor een hulporganisatie, een vader die zijn financiële vrijheid terugkrijgt, en een oude effectenleasezaak die nog steeds niet is afgelopen. Laten we beginnen!
Zaak 1: Bank mag relatie met hulporganisatie opzeggen
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2025:3024
Instantie: Gerechtshof Amsterdam | Datum: 11 november 2025
Rechtsgebied: Civiel recht
Stel je voor: je runt een internationale hulporganisatie die noodhulp biedt aan mensen in crisisgebieden. Je werkt hard, zamelt geld in, en probeert zoveel mogelijk mensen te helpen. En dan, op een dag, krijg je een brief van je bank: ze willen niet meer met je samenwerken. Dat is precies wat er gebeurde in deze zaak.
De hulporganisatie werkte met lokale partners in gebieden waar reguliere bankkanalen niet altijd beschikbaar zijn. Denk aan afgelegen dorpen in conflictgebieden, waar je niet even naar een geldautomaat loopt. In zulke situaties moeten organisaties soms creatief zijn met hun geldstromen.
Het juridische vraagstuk draait om de vraag: mag een bank zomaar de relatie met een klant beëindigen? Het antwoord is genuanceerd. Banken zijn geen gewone bedrijven – ze hebben een bijzondere maatschappelijke functie en mogen klanten niet willekeurig de deur wijzen. Met andere woorden: de bank moet een goede reden hebben, en niet lichtvaardig overgaan tot opzegging.
Er waren vragen over betalingen aan bepaalde regio's en het gebrek aan documentatie over waar het geld uiteindelijk terechtkwam. De hulporganisatie had moeite om aan te tonen dat alle geldstromen zuiver waren, omdat sommige lokale partners geen uitgebreide administratie bijhielden.
De zorgen over de controleerbaarheid van geldstromen wogen uiteindelijk zwaarder dan het belang van de hulporganisatie om een bankrekening te houden. De opzegging bleef in stand.
Ze moeten witwassen en terrorismefinanciering tegengaan, en als een klant niet kan aantonen waar het geld naartoe gaat, dan mag de bank de deur dichtdoen. Het is een lastige balans tussen het helpen van mensen in nood en het voorkomen dat het bankwezen misbruikt wordt.
Zaak 2: Onderbewindstelling ten onrechte opgelegd aan 80-jarige
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2025:3018
Instantie: Gerechtshof Amsterdam | Datum: 11 november 2025
Rechtsgebied: Civiel recht – personen- en familierecht
De achtergrond van deze zaak is een 80-jarige vader wiens zoons bezorgd waren over zijn financiële situatie. De vader zou zich hebben laten overhalen tot grote uitgaven door iemand in zijn omgeving. De zoons trokken aan de bel en de kantonrechter stelde de vader onder bewind.
Een onderbewindstelling is een ingrijpende maatregel. Het betekent dat iemand anders – een bewindvoerder – de controle krijgt over je bankrekeningen en je bezittingen. Je kunt niet zomaar geld opnemen of uitgeven zonder toestemming. Voor veel mensen voelt dit als een enorme inbreuk op hun vrijheid.
Het Gerechtshof Amsterdam keek kritisch naar deze zaak. De centrale vraag was: is de vader echt niet in staat om zijn eigen financiën te beheren? Of zijn de zoons misschien te bezorgd?
De zoons hadden het verzoek ingediend, maar vader was het er niet mee eens. Hij gaf aan prima zelf zijn geldzaken te kunnen regelen. Er was geen medische verklaring waaruit bleek dat vader wilsonbekwaam was of ernstige cognitieve problemen had. Het feit dat iemand tachtig is, betekent niet automatisch dat hij zijn geld niet kan beheren.
Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter. De onderbewindstelling werd opgeheven, en vader kreeg zijn financiële autonomie terug.
Deze uitspraak onderstreept dat beschermingsmaatregelen alleen mogen worden opgelegd als er echt sprake is van onvermogen om financiële beslissingen te nemen. Ouderdom op zichzelf is geen reden om iemand onder bewind te plaatsen. De rechter moet concreet bewijs zien dat iemand niet in staat is zijn financiën te beheren.
Zaak 3: Dexia verliest beroep op verjaring
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2025:3583
Instantie: Gerechtshof Amsterdam | Datum: 9 december 2025
Rechtsgebied: Civiel recht – verbintenissenrecht
De vraag die nu voorlag: is de vordering verjaard? Verjaring is een juridisch concept dat zegt dat je na een bepaalde tijd je recht verliest om iets te eisen. Als je te lang wacht, kun je je claim niet meer afdwingen.
Een bijzonder aspect van effectenleasezaken is de rol van belangenorganisaties zoals Leaseproces. Veel gedupeerden hebben hun claims laten behandelen via een volmacht aan zo'n organisatie. In deze zaak was dat ook het geval.
Maar zo'n vordering kan verjaren. De verjaringstermijn voor dit soort vorderingen is vijf jaar. Als de consument niet tijdig actie onderneemt, vervalt het recht om schadevergoeding te eisen. De vraag is: wanneer begint die termijn te lopen, en is er tijdig gestuit?
Dexia betwistte pas veel later of Leaseproces wel bevoegd was om namens de consument te handelen. Het hof oordeelde dat dit te laat was. Dexia had jarenlang met Leaseproces onderhandeld zonder ooit de volmacht ter discussie te stellen. Je kunt niet eerst jarenlang doen alsof alles in orde is, en dan ineens zeggen dat je gesprekspartner niet bevoegd was.
Het gevolg is dat Dexia moet terugbetalen. De verjaring was tijdig gestuit, en het verweer van Dexia werd afgewezen. De consument krijgt zijn geld terug, met rente.
Door niet tijdig de volmacht te betwisten, verspeelde Dexia haar kans om zich op verjaring te beroepen. Procedurele regels en timing kunnen grote financiële gevolgen hebben, zelfs bijna twintig jaar na dato.
Afsluiting
We zagen hoe banken worstelen met hun rol als poortwachter, hoe ouderen beschermd moeten worden tegen te veel bescherming, en hoe oude financiële dossiers soms weigeren te sluiten. Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van de LawBot Podcast. Tot volgende week!