🎧 Beluister de podcast
Duur: 8 minuten
Intro
Welkom bij een nieuwe aflevering van de LawBot Podcast! Elke week nemen we je mee langs opvallende uitspraken van de Nederlandse gerechtshoven en de Hoge Raad. Deze week bespreken we drie arresten van de Hoge Raad van 23 januari 2026. We kijken naar een conflict over verborgen kosten bij stadsverwarming, een geschil over aansprakelijkheid bij brand door een gebrekkige meterkast, en een internationale arbitragezaak tussen een Iraans oliebedrijf en een gashandelaar. Laten we beginnen!
Zaak 1: Verborgen kosten bij stadsverwarming: wanneer is een beding niet overeengekomen?
ECLI: ECLI:NL:HR:2026:94
Instantie: Hoge Raad | Datum: 23 januari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Verbintenissenrecht / Overeenkomstenrecht
Stel je voor: je woont in Eindhoven en bent aangesloten op het stadsverwarmingsnet. Je betaalt netjes je maandelijkse rekening voor warmte, maar op een dag ontdek je dat er al jarenlang een extra kostenpost op je factuur staat die je nooit bewust bent overeengekomen. Dat is precies wat er speelde in deze zaak tussen Ennatuurlijk, de exploitant van de stadsverwarming, en Stichting Stadsverwarming Eindhoven, die opkomt voor zo'n vijfduizend zeshonderd huishoudens.
Ennatuurlijk bracht sinds 2012 op de factuur een aparte post ‘aansluitbijdrage' in rekening. Die bijdrage was bedoeld als vergoeding voor het aanleggen van de aansluiting op het warmtenet, uitgesmeerd over dertig jaar, met rente en jaarlijkse indexering. Het probleem? Volgens de stichting wisten de bewoners helemaal niet dat zij die bijdrage verschuldigd waren. In de welkomstbrief die verbruikers kregen bij het afsluiten van hun leveringsovereenkomst stond geen woord over aansluitkosten. De algemene voorwaarden maakten het evenmin duidelijk.
De juridische kernvraag was: biedt de leveringsovereenkomst een grondslag voor het in rekening brengen van die periodieke aansluitbijdrage? Het hof paste het bekende Haviltex-criterium toe. Dat criterium houdt in dat je bij de uitleg van een overeenkomst niet alleen kijkt naar de letterlijke tekst, maar ook naar wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Omdat er vooraf geen onderhandeling plaatsvond en Ennatuurlijk de voorwaarden eenzijdig vaststelde, woog het hof zwaar mee wat er op papier stond.
De Hoge Raad liet het oordeel van het hof in stand. De welkomstbrief bevatte geen tariefinformatie. De term aansluitbijdrage kwam niet voor in de algemene voorwaarden. Bewoners die ook een aansluitovereenkomst hadden gesloten, kregen in hun offerte te lezen dat het genoemde bedrag de totale kosten voor de aansluiting betrof. Ennatuurlijk mocht er als professionele partij met een monopoliepositie niet op vertrouwen dat verbruikers instemden met kosten waarover zij nooit waren geïnformeerd. De les is helder: wie extra kosten wil doorberekenen, moet dat ondubbelzinnig communiceren, zeker als de klant geen keuze heeft.
Zaak 2: Brand door gebrekkige meterkast: mag de netbeheerder zijn aansprakelijkheid beperken?
ECLI: ECLI:NL:HR:2026:97
Instantie: Hoge Raad | Datum: 23 januari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Algemene voorwaarden / Aansprakelijkheidsrecht
In november 2018 brak er brand uit in een woning. De oorzaak lag in de meterkast, meer specifiek in de zogenoemde huis- of hoofdaansluitkast die onder verantwoordelijkheid valt van netbeheerder Stedin. De schade was aanzienlijk: verzekeraar Achmea keerde ruim honderdachtenvijftigduizend euro uit aan de bewoner en wendde zich vervolgens tot Stedin om dat bedrag te verhalen.
Stedin wees op artikel zeventien punt vier van haar algemene voorwaarden. Dat artikel beperkt de vergoeding voor zaakschade tot maximaal drieduizend vijfhonderd euro per aangeslotene. Achmea vocht dit beding aan. Volgens de wet wordt een beding in algemene voorwaarden waarmee een bedrijf zich bevrijdt van haar schadevergoedingsplicht vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Dat vermoeden kan de gebruiker, in dit geval Stedin, wel weerleggen.
De vraag was dus: slaagt Stedin erin om aan te tonen dat haar exoneratiebeding niet onredelijk bezwarend is? Het hof vond van wel, en de Hoge Raad liet dat oordeel in stand. Het hof woog verschillende omstandigheden mee. Stedin opereert in een gereguleerd kader. De tarieven worden vastgesteld door toezichthouder ACM en bieden geen ruimte voor ongelimiteerde aansprakelijkheid. De algemene voorwaarden zijn tot stand gekomen in overleg met de Consumentenbond. Onbeperkte aansprakelijkheid is volgens het hof niet verzekerbaar voor netbeheerders. Bovendien kunnen consumenten zich zelf eenvoudig en goedkoop verzekeren tegen brandschade.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste maatstaf had gehanteerd. Het vermoeden van onredelijke bezwarendheid was voldoende weerlegd. Achmea had onvoldoende concreet onderbouwd dat er bij de huidige tarieven ruimte zou zijn voor een ruimere aansprakelijkheid. Dit arrest bevestigt dat netbeheerders hun aansprakelijkheid fors mogen beperken, mits de voorwaarden zorgvuldig tot stand zijn gekomen en er een goed onderbouwde rechtvaardiging is. Voor consumenten betekent het: zorg dat je goed verzekerd bent, want op de netbeheerder kun je bij grote schade maar beperkt terugvallen.
Zaak 3: Iraans oliebedrijf versus gashandelaar: geen hoger beroep bij buitenlands arbitraal vonnis
ECLI: ECLI:NL:HR:2026:98
Instantie: Hoge Raad | Datum: 23 januari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Procesrecht / Internationaal arbitragerecht
Deze zaak leest als een internationaal juridisch schaakspel met hoge inzet. National Iranian Oil Company, het Iraanse staatsoliebedrijf, werd door een arbitragecommissie in Londen veroordeeld tot betaling van bijna twee en een half miljard dollar aan Crescent, een gashandelaar gevestigd op de Britse Maagdeneilanden en Bermuda. Het geschil ging over de verkoop en levering van gas. De arbitrage begon al in 2009 en resulteerde in vonnissen in 2014 en 2021.
Crescent vroeg vervolgens in Nederland om erkenning en tenuitvoerlegging van die arbitrale vonnissen, via de rechtbank Rotterdam. De voorzieningenrechter verleende het gevraagde verlof. Maar toen het Iraanse oliebedrijf in hoger beroep ging, stuitte het op een bijzonder juridisch obstakel: het asymmetrisch rechtsmiddelenverbod.
Dit verbod houdt in dat hoger beroep tegen een toegewezen verzoek tot tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis in principe niet openstaat. De achtergrond is het Verdrag van New York uit 1958, dat bepaalt dat de procedure voor buitenlandse arbitrale vonnissen niet zwaarder mag zijn dan voor binnenlandse vonnissen. Omdat er bij binnenlandse vonnissen geen hoger beroep mogelijk is na verlening van een exequatur, mag dat bij buitenlandse vonnissen ook niet, zo oordeelde de Hoge Raad al in 2010 in de bekende zaak Rosneft tegen Yukos Capital.
Het Iraanse oliebedrijf vroeg de Hoge Raad uitdrukkelijk om van die eerdere uitspraak terug te komen. De Hoge Raad weigerde dat. De argumenten van het oliebedrijf leidden niet tot een ander oordeel. Het hof had terecht geoordeeld dat het asymmetrisch appelverbod van toepassing was. Weliswaar kon het oliebedrijf wel doorbrekingsgronden aanvoeren om toch ontvankelijk te zijn in hoger beroep, maar die gronden gingen inhoudelijk niet op. Dit arrest onderstreept dat Nederland een betrouwbaar en efficiënt land is voor de tenuitvoerlegging van internationale arbitrale vonnissen. Wie een arbitraal vonnis in zijn voordeel heeft, kan het hier relatief snel ten uitvoer laten leggen. De verliezende partij heeft beperkte mogelijkheden om de tenuitvoerlegging te traineren, zelfs als het om miljardenbedragen gaat.
Afsluiting
Dat waren de drie uitspraken van deze week. Van verborgen kosten bij stadsverwarming, via aansprakelijkheidsbeperking door netbeheerders, tot internationale arbitrage op het hoogste niveau. Wil je de volledige analyses nalezen, bezoek dan lawbot.nl. Bedankt voor het luisteren en tot volgende week!