🎧 Beluister de podcast
Duur: 8 minuten
Intro
Welkom bij de LawBot Podcast, de wekelijkse podcast waarin we recente uitspraken van Nederlandse gerechtshoven bespreken in begrijpelijk Nederlands. Vandaag drie interessante civiele zaken: een spectaculair onderzoek naar chipfabrikant Nexperia, een complexe echtscheidingszaak over verrekening van vermogen, en een zaak over kinderalimentatie bij meerdere gezinnen.
Zaak 1: Ondernemingskamer gelast onderzoek naar Nexperia
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2026:318
Instantie: Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) | Datum: 11 februari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Ondernemingsrecht
Chipfabrikant Nexperia, gevestigd in Nijmegen, staat al maanden in de schijnwerpers. Het bedrijf is eigendom van de Chinese investeerder Yuching, en dat levert flinke spanningen op met de Nederlandse overheid en westerse klanten. De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam heeft nu besloten een diepgaand onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken bij het bedrijf.
De kern van het probleem is een ingewikkeld web van tegenstrijdige belangen. De CEO van Nexperia heeft een indirect belang van ongeveer vijftien procent in het bedrijf, maar heeft tegelijkertijd een controlerend belang in WSS, een belangrijke leverancier van siliciumwafers. Dat is problematisch, want WSS zat in financiële problemen en had belang bij grote vooruitbetalingen door Nexperia, terwijl Nexperia er juist belang bij had om niet te veel te bestellen tegen een te hoge prijs.
Begin 2025 sloten Nexperia en WSS een zogenaamde prepayment agreement – een overeenkomst waarbij Nexperia vooruit zou betalen voor grote hoeveelheden wafers. De Ondernemingskamer twijfelt of hierbij de verhoogde zorgvuldigheid in acht is genomen die vereist is wanneer een bestuurder met een tegenstrijdig belang te maken heeft. Was deze deal echt in het belang van Nexperia, of diende zij vooral om WSS overeind te houden?
Daarnaast speelt de geopolitieke dimensie een grote rol. In september 2025 lijkt Nexperia haar strategie te hebben gewijzigd richting een zogenaamd local for local model. De Ondernemingskamer constateert dat onduidelijk is hoe deze strategische koers tot stand is gekomen, welke risico's zijn afgewogen, en of alle bestuurders wel betrokken waren bij de besluitvorming. Inmiddels is de situatie geëscaleerd: de wereldwijde productieketen is ernstig verstoord, de CEO is geschorst, er is een onafhankelijke bestuurder benoemd, en de aandelen zijn in beheer gegeven bij een externe beheerder. Het hof oordeelt dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en gelast een formeel onderzoek over de periode vanaf december 2023.
Zaak 2: Echtscheiding en het niet-uitgevoerde verrekenbeding
ECLI: ECLI:NL:GHDHA:2026:339
Instantie: Gerechtshof Den Haag | Datum: 11 februari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Personen- en familierecht (huwelijksvermogensrecht)
Na bijna 36 jaar huwelijk gaan een man en vrouw uit elkaar. Zij hadden huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding, maar zoals in veel huwelijken het geval is, hebben ze daar nooit uitvoering aan gegeven. Nu het huwelijk voorbij is, moet alsnog worden afgerekend – en dat levert een ingewikkelde juridische puzzel op.
Het belangrijkste discussiepunt gaat over stamrechten. De man heeft van voormalige werkgevers vergoedingen ontvangen die zijn ondergebracht in een besloten vennootschap. De vrouw vindt dat deze stamrechten onderdeel zijn van het te verrekenen vermogen, omdat het in feite uitgesteld loon betreft. De man vindt van niet.
Het Gerechtshof Den Haag geeft de man gelijk. Het hof oordeelt dat de stamrechten buiten de verrekening vallen. De redenering: de stamrechten zitten in de B.V. en zijn vóór de peildatum nooit aan de man uitgekeerd. Ze hebben dus in de periode tot de peildatum geen inkomen van de man gevormd zoals bedoeld in de huwelijkse voorwaarden. De aandelen in de B.V. behoren wel tot het vermogen van de man, maar de waarde daarvan is nihil.
Een ander interessant onderdeel betreft de kosten van de huishouding. De man claimde meer dan €150.000 van de vrouw, omdat hij naar eigen zeggen te veel had bijgedragen aan de huishoudkosten. Het hof maakt hier korte metten mee. Onder verwijzing naar een belangrijk arrest van de Hoge Raad uit 2024 (ECLI:NL:HR:2024:338) oordeelt het hof dat eventuele vorderingen over huishoudkosten automatisch verdwijnen in de finale verrekening. Als de man inderdaad te veel heeft bijgedragen, dan heeft hij meer vermogen overgehouden – en dat vermogen wordt juist al verrekend.
Het hof stelt het totale te verrekenen vermogen vast op bijna €1,3 miljoen, wat resulteert in een vordering van de vrouw op de man van ruim €619.000. De vrouw moet wel bijna €83.000 terugbetalen die zij eerder te veel had ontvangen op basis van de uitspraak van de rechtbank.
Zaak 3: Kinderalimentatie verdelen over zes kinderen uit verschillende relaties
ECLI: ECLI:NL:GHDHA:2026:214
Instantie: Gerechtshof Den Haag | Datum: 11 februari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Personen- en familierecht (kinderalimentatie)
Een gescheiden vader met maar liefst zes kinderen uit drie verschillende relaties staat voor de vraag: hoe verdeel je een beperkte draagkracht eerlijk? De moeder van twee van zijn kinderen vindt dat zij te weinig alimentatie ontvangt en gaat in hoger beroep.
De vader is zelfstandig ondernemer. Zijn winst schommelt behoorlijk: van circa €70.000 in 2021 naar bijna €115.000 in 2023. Dat levert direct een discussiepunt op: met welke jaren reken je? De moeder wil de meest recente jaren, die gunstiger zijn. De vader wil ook het magere jaar 2021 meenemen en claimt dat 2024 weer lager uitviel, maar levert daar geen bewijs voor.
Het hof kiest voor een gemiddelde over 2021 tot en met 2024, maar omdat de vader geen stukken over 2024 overlegt, neemt het hof voor dat jaar hetzelfde bedrag als 2023. Dat levert een gemiddelde winst op van bijna €95.000 per jaar. De beschikbare draagkracht voor alimentatie bedraagt dan €1.585 per maand.
Vervolgens moet die draagkracht worden verdeeld. De moeder betoogde dat er maar over vijf kinderen verdeeld hoeft te worden, omdat de vader niet zou betalen voor zijn kind uit een eerdere relatie. De vader weerlegt dit echter met betalingsbewijzen. Het hof houdt daarom rekening met alle zes kinderen, maar maakt een onderscheid: voor het kind uit de eerdere relatie wordt het feitelijk betaalde bedrag van €175 afgetrokken, mede omdat dat kind een lagere behoefte heeft en er ook een stiefvader onderhoudsplichtig is. De rest wordt gelijk verdeeld over de overige vijf kinderen.
Het resultaat: de vader moet €282 per kind per maand betalen, met ingang van 1 januari 2026 geïndexeerd naar €295. Dat is meer dan de €244,50 die de rechtbank had vastgesteld, maar aanzienlijk minder dan de €654 die de moeder had gevraagd.
Afsluiting
Dat was het voor deze week. We bespraken een baanbrekend enquêteonderzoek bij chipfabrikant Nexperia, een complexe echtscheidingszaak over verrekenbedingen en stamrechten, en een alimentatiekwestie bij een groot samengesteld gezin. Bedankt voor het luisteren naar de LawBot Podcast. Tot volgende week!