🎧 Beluister de podcast
Duur: 6 minuten
Intro
Welkom bij de LawBot Podcast, de wekelijkse podcast waarin we recente Nederlandse rechtspraak bespreken in begrijpelijk Nederlands. Vandaag bespreken we drie boeiende civiele zaken: een echtscheidingsstrijd over een huis van bijna een miljoen euro, de aansprakelijkheid van commissarissen bij een scheepsbouwproject dat uit de hand liep, en een verzekeraar die een zieke werknemer wilde ontslaan.
Zaak 1: Ruzie over de echtelijke woning na een scheiding
ECLI: ECLI:NL:HR:2026:127
Instantie: Hoge Raad | Datum: 30 januari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Burgerlijk procesrecht
Stel je voor: je gaat scheiden en je hebt samen een huis van bijna een miljoen euro. De rechter beslist dat je ex het huis mag overnemen, maar alleen als dat binnen drie maanden lukt. Wat gebeurt er als die deadline verstrijkt? Precies die vraag stond centraal in deze zaak bij de Hoge Raad.
Een man en vrouw waren gezamenlijk eigenaar van hun voormalige echtelijke woning, met een hypotheek erop. Bij de echtscheiding in 2020 besliste de rechtbank Rotterdam dat de man het huis mocht overnemen voor €940.000, gelijk aan de hypotheekschuld. De aan de hypotheek gekoppelde levensverzekering, ter waarde van €130.760, zou ook aan de man worden toegedeeld, onder verrekening van de helft met de vrouw. Maar er zat een belangrijke voorwaarde aan: de man moest binnen drie maanden de hypotheek op zijn naam krijgen en de vrouw ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid.
Dat lukte niet op tijd. De vrouw vond daarom dat het huis verkocht moest worden, zoals de rechtbank had bepaald voor dat scenario. Maar de man vond dat ze alsnog gebonden was aan de oorspronkelijke afspraken. Het Gerechtshof Den Haag gaf de man gelijk: hoewel de deadline niet was gehaald, had de vrouw daar zelf ook een aandeel in gehad. Bovendien had de vrouw op een later moment opnieuw ingestemd met toedeling aan de man.
De vrouw stapte naar de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde om het arrest te vernietigen, maar de Hoge Raad ging daar niet in mee. Het cassatieberoep werd verworpen. Een belangrijke les: een deadline in een echtscheidingsafspraak is niet altijd keihard, zeker niet als beide partijen hebben bijgedragen aan het niet halen ervan.
Zaak 2: Wanneer is een commissaris persoonlijk aansprakelijk?
ECLI: ECLI:NL:HR:2026:128
Instantie: Hoge Raad | Datum: 30 januari 2026
Rechtsgebied: Civiel recht – Ondernemingsrecht
Deze zaak draait om Fairstar Heavy Transport, een bedrijf gespecialiseerd in zwaar zeevervoer voor de offshore- en energie-industrie. Centraal staat een scheepsbouwcontract voor een schip genaamd de FATHOM, ter waarde van 111 miljoen dollar, en de vraag of twee commissarissen persoonlijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen.
In 2011 tekende de CEO van Fairstar een contract met een Chinese scheepswerf voor de bouw van de FATHOM. De raad van commissarissen had toestemming gegeven, maar onder een cruciale voorwaarde: eerst moest de financiering rond zijn. Die voorwaarde werd niet vervuld. Toch ging het contract door. Op 25 juli 2011 tekende de CEO het Shipbuilding Contract, met een prijs van 111 miljoen dollar. Fairstar kon de termijnen uiteindelijk niet betalen en het project stortte in.
Dockwise, dat later Fairstar overnam, stelde niet alleen het bedrijf aansprakelijk, maar ook twee commissarissen persoonlijk. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de commissarissen inderdaad aansprakelijk waren, ook jegens Dockwise als derde partij. Zij hadden onvoldoende toezicht gehouden op het bestuur.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de commissarissen ook jegens Dockwise – een derde partij – persoonlijk aansprakelijk waren. Aansprakelijkheid tegenover de vennootschap is één ding, maar jegens derden vereist een zwaardere motivering. De zaak wordt nu opnieuw behandeld door het Gerechtshof Den Haag. Dit arrest is van belang voor de praktijk: commissarissen worden niet lichtvaardig persoonlijk aansprakelijk gesteld tegenover derden.
Zaak 3: Zieke werknemer ontslaan – mag dat zomaar?
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2025:7611
Instantie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | Datum: 1 december 2025
Rechtsgebied: Civiel recht – Arbeidsrecht
Anker Insurance, een verzekeringsmaatschappij uit Groningen, wilde af van een van haar juristen arbeidsrecht. De werkneemster was in 2021 aangenomen na een lange carrière bij het FNV en ingedeeld in de hoogste salarisschaal. Al snel ontstond onenigheid over haar functioneren.
In februari 2023 kreeg de werkneemster een nieuwe leidinggevende, die kritiek had op haar werkwijze en kennisniveau. Er volgden ontwikkelgesprekken, maar de standpunten lagen ver uit elkaar. De werkneemster betwistte de kritiek en vond dat bij de sollicitatie andere verwachtingen waren gewekt. De situatie escaleerde en Anker stelde een verbeterplan op.
De werkneemster meldde zich in juni 2024 ziek wegens psychische klachten, veroorzaakt door de werksituatie. In maart 2025 vroeg Anker de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens disfunctioneren, een verstoorde arbeidsverhouding, of een combinatie van gronden. De kantonrechter wees het verzoek af: er was weliswaar sprake van een verstoorde verhouding, maar het opzegverbod tijdens ziekte stond in de weg.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bleef dit oordeel overeind. Het hof stelde vast dat de werkneemster daadwerkelijk ziek was en dat haar ziekte verband hield met het arbeidsconflict. Anker voerde aan dat de uitzondering op het opzegverbod van toepassing was, maar het hof ging daar niet in mee. De ontbindingsgronden hielden juist wél verband met de omstandigheden die tot de ziekte hadden geleid. De boodschap is helder: een werkgever die bijdraagt aan het ontstaan van ziekte, kan niet eenvoudig diezelfde werknemer ontslaan.
Afsluiting
Dat was het voor deze week. We bespraken drie zaken die laten zien hoe het recht werkt in de praktijk: van echtscheidingen en woningverdeling, via aansprakelijkheid in het bedrijfsleven, tot de bescherming van zieke werknemers. Bedankt voor het luisteren en tot volgende week bij de LawBot Podcast.